Skip to content

Beleid en uitvoering: een pijnlijke kloof die er niet zou hoeven zijn…

Beleid en uitvoering: een pijnlijke kloof die er niet zou hoeven zijn…

“Als ik één keer fluit springen jullie omhoog, en als ik twee keer fluit springen jullie langzaam naar beneden”. Dat riep het ‘hoofd der school’ tegen een klas kinderen toen hij de zieke gymleraar moest vervangen. Een tijdloze grap van cabaretier Fons Jansen, die zelf al lang uit de tijd is. De tijdloosheid van de grap schuilt niet alleen in het feit dat hij elke woke-toets overleeft, maar ook in de eenvoud waarin deze een complex maatschappelijk probleem blootlegt: de kloof tussen beleid en uitvoering. Daar past nog een anekdote uit een grijs verleden bij, van 40 jaar geleden om precies te zijn. Als net afgestudeerd algemeen econoom ging mijn droom in vervulling: ik werd adviseur van de minister van Economische Zaken; beleidsmedewerker heette die functie. Maar wat ik ook te doen kreeg, beleid maakte ik niet; ik voerde beleid uit. Mijn werk bestond uit het beoordelen van subsidieaanvragen van  bedrijven. De beleidsmakers, onderdeel van dezelfde directie, zaten echter een verdieping onder ons. Hoewel het ‘hoofd der hoofdafdeling’ er een zeker genoegen in schiep om de ‘beleidsjongens’ te confronteren met hun onwetendheid over wat er in de ‘echte’ wereld (in ons geval het bedrijfsleven) speelde – een beleidsjongen die zich bij hem meldde om ‘iets’ te coördineren, kreeg doorgaans als repliek dat hij zich niet liet koeioneren – waren de lijntjes tussen beleid en uitvoering zeer kort. En dat wierp zijn vruchten af, niet alleen omdat de uitvoerders de beleidsmakers van actuele inzichten voorzagen, maar veel belangrijker (vonden wij als uitvoerders): praktisch inzicht in de uitvoering hielp voorkomen dat ineffectief en onuitvoerbaar beleid werd bedacht. Niet dat er altijd naar ons werd geluisterd – want wij waren immers ‘maar’ uitvoerders – maar toch.

Ik heb ze niet nageteld, maar in ons land zouden inmiddels enkele honderden publieke dienstverleners – lees: uitvoeringsorganisaties – actief zijn, van uiteenlopende omvang en gegoten in verschillende rechtsvormen, variërend van Staatsdeelnemingen (Schiphol, TenneT, Holland Casino, Nederlandse Gasunie, NS), beleidsdeelnemingen (ProRail), Zbo’s (CBR, RDW, Rijkswaterstaat, SVB, KvK) en als Gemeenschappelijke Regelingen (zoals SW-bedrijven, Omgevingsdiensten). Misschien verwacht je het niet na lezing van de eerste alinea, maar ik vind dat we dit in principe zo moeten houden. Want de aanpak van 40 jaar geleden die ik zojuist beschreef was volstrekt inefficiënt. Juist om die reden zijn professionele uitvoeringsorganisaties in het leven geroepen: om taken bedrijfsmatig, voorspelbaar, transparant en professioneel uit te voeren. En precies daar wringt de schoen: veel uitvoeringsorganisaties krijgen niet (altijd) de kans om hun werk naar deze maatstaven in te richten. Net als 40 jaar geleden gooien de ‘beleidsjongens’ – politiek, politiek-bestuur en ambtenarij – nog steeds vaak roet in het eten, met alle soms ontwrichtende gevolgen van dien.

Onlangs hadden we als Tieners een bestuurder van een uitvoeringsorganisatie te gast. Bijzonder was dat hij voordien ook aan de andere kant van het spectrum actief was, dus als ‘beleidsjongen’. Hij gaf talloze voorbeelden van ontsporingen bij de uitvoering ten gevolge van beleidsaanpassingen – waarvoor diezelfde beleidsmakers vervolgens de wind van voren kregen – die vrij eenvoudig te voorkomen zouden zijn geweest. Niet door helemaal geen nieuw beleid te maken, want dat is hun maatschappelijke taak en hun recht, maar door vooraf te toetsen en te vragen aan de uitvoeringsorganisatie of, en zo ja, onder welke voorwaarden, de nieuwe beleidsmaatregelen in uitvoering kunnen worden genomen. Zonder frustratie van de basisprocessen, zonder ‘burgerslachtoffers’ en dus zonder groot politiek rumoer. De inmiddels ingevoerde verplichting tot toetsing van wetten aan hun uitvoerbaarheid ziet hij als een belangrijke stap in de goede richting. Maar hetzelfde doen met de vaak vele amendementen is zeker zo belangrijk. Zij zorgen er juist vaak voor dat de consistentie wordt ondermijnd en de uitvoerders alsnog worden opgezadeld met een onuitvoerbare opdracht.

Het ‘hoofd der school’ faalt omdat hij de natuurwetten meent te moeten trotseren. Beleidsmakers falen om dezelfde reden: we hebben stevige, professionele uitvoeringsorganisaties in de benen gezet om belangrijke taken zo goed en goedkoop mogelijk uit te voeren. Luister dan ook naar hen. En graag op tijd.

Delen!

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email